“IS ER EEN U.F.O.-DOOFPOT?

EEN REGERINGSINGEWIJDE SPREEKT ZICH UIT”

18 mei 2016
Kees Deckers

Op 9 mei jl. verscheen op de webplek “HuffPost News” een artikel door Leslie Kean, schrijfster van het boek “UFOs: Generals, Pilots and Government Officials Go On the Record”. Kean is sinds enkele maanden bestuurslid bij “UFODATA”. “UFODATA” is één van de vele groepen mensen, die de laatste jaren met voorstellen zijn gekomen om het U.F.O.-fenomeen eindelijk zo gedegen te onderzoeken, dat de waarheid voor eens en voor altijd wordt vastgesteld (http://www.ufodata.net/).

Kean’s artikel over de regeringsingewijde, Christopher Mellon, is in de vorm van een vraaggesprek met hem (http://www.huffingtonpost.com/leslie-kean/is-there-a-ufo-coverup-a-_b_9865184.html?1462831807=). Dat vraaggesprek heeft voornamelijk plaatsgevonden via de electronische post, vermeldt ze, na een deel van de antecedenten van Mellon te hebben genoemd. Heel eerlijk, ik kan mij bij Mellon’s antwoorden niet aan de indruk en het gevoel onttrekken, wat ik ook regelmatig ervaar bij Nick Pope en kolonel John B. Alexander, dat hij als 5de kolonne werkt, om de steeds wijder wordende kloof tussen de regeringsambtenaren en andere zogenaamde leiders van Noord-Amerika en Engeland en de inwonenden van deze landen, te proberen te dichten. Dit met als zoethoudertjes goed doordachte informatie en vooral veel zogenaamde bewijzen dat de regering, het militaire apparaat en de spionagediensten alleen maar uit goedbedoelende mensen bestaan.

Vijfde colonne
De vijfde colonne is een term, die gebruikt wordt om aan te geven dat er in een land of een andere eenheid bepaalde krachten aanwezig zijn, die voor de vijand werken. De term suggereert een georganiseerde samenzwering, die op instigatie van de vijand van binnenuit de weerstand probeert uit te hollen.

Internetreferentie (11-05-16): https://nl.wikipedia.org/wiki/Vijfde_colonne

Waar Leslie Kean en Christopher Mellon de indruk wekken, dat hun presidentskandidate Clinton te vertrouwen is in haar beloften, zie ik, recht voor zijn raap gezegd, alleen maar zieltjes- en stemmenwingedrag. Aan u, als lezer, laat ik het echter over uw eigen conclusies te trekken. Hieronder de vertaling van het vraaggesprek tussen Leslie Kean en Christopher Mellon:

Ongeveer zes maanden geleden was het bestuur van UFODATA bevoorrecht om Christopher Mellon te verwelkomen als het nieuwste lid van onze groep. Chris spendeerde bijna 20 jaar in de federale regering, dienend in verscheidene nationale veiligheidsposities. Voor het eerst heeft hij toegestemd om openlijk te spreken over zijn ervaringen binnen de regering met betrekking tot U.F.O.’s.

Het is ongewoon voor een man van Chris’ voornaamheid om openlijk te spreken over U.F.O.’s, wat zijn uitspraken groot gewicht geeft. Zijn posities tijdens de Clinton- en Bush-regeringen hadden betrekking op hoge veiligheidsmachtigingen; in feite zijn er weinig mensen, die zulk een diepe en uitgebreide toegang tot gecompartimentaliseerde programma’s hebben genoten in zowel het ministerie van defensie als de spionagegemeenschap. Chris is de ontvanger van talrijke onderscheidingen, waaronder de National Reconnaissance Office Gold Medal (gouden medaille van het nationale verkenningskantoor) en de Defense Intelligence Agency Director’s Medal (bestuursmedaille van het D.I.A. – defensiespionageagentschap).

Bij het ministerie van defensie diende Chris bij een klein comité, dat het toezicht verzorgde over alle “speciale toegang”-programma’s van het ministerie van defensie, om potentiële verspilling en dubbelingen te voorkomen. Het toezicht omvatte bezoeken aan Area 51 en andere gevoelige installaties. Hij spendeerde ook meer dan tien jaar in het Senate Intelligence Committee (inlichtingencomité van de senaat), betrokken in het toezicht van de N.R.O., C.I.A., N.S.A. en andere spionagediensten. Hij werd de eerste congressionele ambtenaar om alle gecompartimentaliseerde programma’s van de N.S.A. te overzien.

Ik wilde weten wat Chris te zeggen had over Hillary Clinton’s implicaties, dat de regering misschien geheime U.F.O.-documenten achterhoudt. Gesteund door John Podesta, voorzitter van haar campagne, heeft Clinton gesproken over de noodzaak om “tot de bodem te gaan van het U.F.O.-mysterie”. Haar opmerkingen zijn zonder precedent in een presidentiële campagne.

Hier mijn recente conversatie met Chris Mellon, voornamelijk uitgevoerd via de electronische post, en alleen geredigeerd voor verduidelijking.

VRAAG: Wanneer raakte je voor het eerst geïnteresseerd in U.F.O.’s?

ANTWOORD: Ik was ongeveer zeven jaar oud, toen ik een ouderwetse amateurfilm zag, gemaakt door een vriend van ons schoolhoofd. Het toonde een enorm, gouden, schotelvormig object, dat sereen door zonnige, blauwe luchten voortbewoog, door cumuluswolken passerend op een wijze, die het heel moeilijk maakte te vervalsen. Ik heb geen idee wat er van de film is geworden, maar het vulde mij met verwondering en ontzag. Ik las daarna alles, wat ik te pakken kon krijgen en deed tenslotte een onderzoeksproject over U.F.O.’s op de universiteit voor een professor natuurkunde.  Ik blijf diep geïntrigeerd.

VRAAG: Wisten je collega’s in de regering dat je geïnteresseerd was in U.F.O.’s? Was je bang om geridiculiseerd te worden?

ANTWOORD: Het was iets dat ik niet onthulde aan collega’s, tenzij ik ze goed leerde kennen en we persoonlijke vrienden werden.  Zelfs dan, was ik natuurlijk niet gek, en ik was zeker niet geobsedeerd; het was eenvoudig een onderwerp voor grote nieuwsgierigheid. Het kwam niet vaak naar voren. Ik was voor 99% van de tijd als een laser gericht op mijn taken.

VRAAG: Hillary Clinton is bevraagd over U.F.O.’s tijdens haar campagne. Zou zij als voormalig secretaresse van de staat weten of er geheime regeringsprogramma’s bestaan waarin U.F.O.’s betrokken zijn?

ANTWOORD: Nee, ik denk van niet. Ik herinner mij gevallen, waarbij ambtenaren van het witte huis om informatie verzochten over diep gecompartimentaliseerde ministerie van defensie-programma’s en het hen botweg werd geweigerd. Toegang tot dergelijke programma’s is op basis van een noodzaak-om-te-weten. Over het algemeen wordt niemand buiten het ministerie van defensie, inclusief de staatssecretaris, geoordeeld een noodzaak-om-te-weten te hebben. Ambtenaren, zoals John Podesta en secretaresse van staat Clinton, kunnen gemakkelijk jarenlang in topfuncties dienen en begerige consumenten zijn van geclassificeerde spionage-analyse, maar nooit toegang krijgen tot gecompartimentaliseerde programma’s van het ministerie van defensie, waarvan de meeste betrekking hebben op nieuwe wapensystemen. Informatie over dergelijke programma’s lekken vrijwel nooit uit, in tegenstelling tot de constante stroom van gelekte informatie met betrekking tot geheime spionage-activiteiten.

VRAAG: Denk je, dat als Clinton gekozen wordt, we kunnen verwachten nieuwe informatie te leren over U.F.O.’s?

ANTWOORD: Ik betwijfel ten zeerste, dat het ministerie van defensie of enig ander regeringsagentschap U.F.O.-informatie verzwijgt. Ik nam deel aan een uitgebreide inspectie van zwarte programma’s van het ministerie van defensie en besteedde meer dan tien jaar aan de uitvoering van het toezicht over het nationale, buitenlandse spionagedienstenprogramma, een bijna totaal gescheiden wereld van geheimen. Ik bezocht Area 51 en andere militaire, spionage- en onderzoeksfacilititeiten. Gedurende al die jaren, heb ik nooit de minste aanduiding bemerkt van interesse in of betrokkenheid van de regering bij U.F.O.’s.

VRAAG: Clinton en John Podesta hebben zich gericht op de noodzaak voor declassificering van regeringsdocumenten. Wat vind je daarvan?

ANTWOORD: Hoewel enkele nieuwe, eerder over het hoofd geziene documenten boven water kunnen komen (de bureaucratie is nooit perfect), geloof ik niet dat ze de U.F.O.-kwestie zullen oplossen of significante, nieuwe inzichten zullen opleveren. Ik kan maar aan één langdradig U.F.O.-rapport denken, dat alleen maar geheim is vanwege zorgen over bronnen en methoden. In feite identificeerde het een overtuigende, conventionele verklaring voor de waarnemingen van de piloot in deze speciale zaak. Er zijn heel veel geclassificeerde documenten gerelateerd aan de activiteiten van Area 51, waarbij hoge veiligheid nodig is. Maar dat is allemaal legitiem spul, dat de Noord-Amerikaanse mensen zouden ondersteunen. Ze hebben niets van doen met U.F.O.’s, voor zover ik weet.

VRAAG: Herinner je je incidenten, die met U.F.O.’s te maken hadden, toen je in de regering zat?

ANTWOORD: Ja, er is een handvol incidenten. Bekend met mijn interesse in U.F.O.’s, belde een vliegenier bij de marine mij op een dag buiten adem op, om te rapporteren dat hij minuten eerder aanwezig was toen een marinevliegtuig landde, nadat het in vol daglicht was omcirkeld door een U.F.O. De marine ging niet in op de kwestie, voor zover ik kan zeggen. Ik herinner mij ook de Maui Optical Tracking Facility (Optische VolgFaciliteit), die satellieten volgt, die een vlucht van vier of vijf vurige U.F.O.’s opnam, die de nachtelijke hemel doorkruisten. Niemand wist wat hier mee te doen. Maar geen enkele regeringsambtenaar liet de minste interesse blijken, zelfs nadat de band werd getoond op “ABC’s Nightline”. Ik vond het volslagen gebrek aan wetenschappelijke nieuwsgierigheid, als gevolg van politieke correctheid, zeer frustrerend.

VRAAG: Hoe denk je dat de pers en het publiek zullen reageren als Clinton wordt gekozen, navraag doet, zoals beloofd, maar met lege handen komt?

ANTWOORD: Ik denk dat de samenzweringstheoretici kwaad zullen zijn en niet overtuigd, terwijl het algemene publiek misschien zal concluderen dat U.F.O.’s geen onderwerp zijn, dat de moeite waard is. Als Clinton echt tot de bodem van de U.F.O.-kwestie wil komen, denk ik dat ze “NORAD” officieel de taak moet geven van verzamelings- en analyse-verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd zou ze het “Office of Science and Technology Policy” (kantoor van wetenschaps- en technologiebeleid) de klus moeten geven van het checken van alle beschikbare bewijs, het coördineren met andere landen en het verzorgen van wetenschappelijke evaluaties en aanbevelingen.

VRAAG: Het taboe tegen het serieus nemen van U.F.O.’s is een enorm probleem. Hoe kunnen we meer regeringsambtenaren zover krijgen om deze ingewortelde houding te veranderen?

ANTWOORD: Ik denk dat we onszelf een sleutelvraag moeten stellen, en het dan naar voren brengen: “Zijn er U.F.O.-zaken, die voldoende goed gedocumenteerd zijn om wetenschappelijk onderzoek van het fenomeen te rechtvaardigen?” Naar mijn mening is het antwoord: Ja.

De patronen in de data zijn te sterk; de rapporten van geloofwaardige getuigen, wijd gescheiden door plaats en tijd, lijken teveel op elkaar; het bewijs van video’s en getrainde militaire en wetshandhavende waarnemers is te uitgebreid; en de onafhankelijke radar-gegevens in selecte gevallen correleren te sterk met visuele waarnemingen om veilig te negeren. Tot slot, wanneer iemand, die je vertrouwt en respecteert, zoals een marine-officier, je aankijkt en je vertelt dat hij iets werkelijk buitengewoons zag op korte afstand, is het moeilijk zijn getuigenis niet serieus te nemen. Het is arrogant, onredelijk en onwijs om dergelijke rapporten te verwerpen. We zouden eenvoudig en onpartijdig het spoor moeten volgen waarheen het ook leidt.

VRAAG: Welke geloofwaardige U.F.O.-incidenten heb je bijzonder indrukwekkend en overtuigend gevonden?

ANTWOORD: Enkele vallen er op, in mijn gedachten. In November 1989, zagen 13 politie-agenten en honderden andere getuigen twee geluidloze, driehoekige vaartuigen over België glijden. Dit was het begin van een golf van waarnemingen daar, die meer dan een jaar plaatsvonden. Grond- en luchtradar-gegevens werden ook verkregen. De Belgische LuchtMacht onderzocht de gebeurens in samenwerking met een groep wetenschappers en consulteerde de V.S. en de N.A.V.O.-landen, maar ze konden geen conventionele verklaring vinden.

U.F.O.-DOOFPOT

Kolonel Wilfried De Brouwer, die later generaal werd, presenteert ongewone radar-gegevens tijdens een persconferentie in 1990 gedurende de Belgische golf.

In de nacht van 30 maart 1993, zagen meer dan honderd getuigen in Engeland, inclusief politie-agenten en militair personeel, een driehoekvormig vaartuig, dat in staat was binnen seconden snel te accelereren vanuit een zwevende positie. Het Britse ministerie van defensie verklaarde dat “geen van de gebruikelijke verklaringen om U.F.O.-waarnemingen uit te leggen toepasselijk schenen” en concludeerde dat het bewijs aantoonde dat “een ongeïdentificeerd object (of objecten) van onbekende herkomst opereerde(n) boven het Verenigd Koninkrijk.

Vergelijkbaar zagen meerdere politieagenten in Southern Illinois in januari 2000 een object dat leek op en zich erg gelijkwaardig gedroeg als de Belgische en Britse U.F.O.’s. In feite zijn de tekeningen van het vaartuig door politieagenten van Illinois griezelig gelijk aan de afbeeldingen van de driehoekige vaartuigen, tien jaar eerder gemaakt door Belgische wetshandhavers, zowel als vele andere sindsdien.

U.F.O.-DOOFPOT

Een Belgische LuchtMachtsweersvoorspeller tekende zijn waarneming in 1990

© SOBEP archives

In 2006 waren piloten en luchtvaartpersoneel voor meer dan vijf minuten getuige van een schotelvormig object zwevend boven het vliegveld van O’Hare, er werd echter geen regeringsonderzoek ondernomen.

En, terwijl de meeste waarnemingen conventionele verklaringen hebben, denk ik, dat het verbazend is, hoeveel rapporten er regelmatig binnenkomen bij groepen als “MUFON”, met indrukwekkende details, inclusief foto’s of video’s.  Ik hoor vaak van skeptici: “Als U.F.O.’s daarbuiten zijn, hoe komt het dan dat niemand er ooit een video van maakt met al die slimme telefoons?”  Dat is onkundig, het gebeurt voortdurend!

VRAAG: Sommige mensen geloven dat de meer recente waarnemingen, in zaken zoals je die noemde, eenvoudig regeringstesten van de V.S. kunnen zijn van experimentele luchtvaartuigen. Is dat mogelijk?

ANTWOORD: Ik kan mij voorstellen, dat dit de meest aannemelijke verklaring lijkt te zijn. Maar ik kan je verzekeren, dat deze objecten niet behoorden aan het ministerie van defensie van de V.S. Vlak voor de 9/11 terroristen-aanvallen, werd er contact met mij opgenomen door het “Office of Congressional Affairs” (kantoor van regeringszaken) van het ministerie van defensie. Ze waren in opwinding omdat Robert Byrd, de machtige voorzitter van de “Senate Appropriations Committee”, hen uitdaagde over rapporten, die in tijdschriften verschenen, zoals “Aviation Week and Space Technology”, die een vermeend supergeheim luchtvaarttuig-programma van de V.S. beschreven, “Aurora” genoemd.

Senator Byrd zou zijn budget-macht gebruiken om het ministerie streng te straffen als we tegen hem logen of informatie achterhielden. We vervolgden alle mogelijke opties, controleerden alles dubbel met de juiste ambtenaren, terwijl we hen herinnerden aan de noodzaak om een juist antwoord te geven. We bevestigden snel wat we al wisten – dat, terwijl er altijd dingen op de tekentafel liggen, er niets was dat in de verste verte leek op een dergelijk luchtvaartuig, dat werd uitgevoerd door het ministerie. We hadden niets met de capaciteit om te zweven en dan met enorme snelheden geluidloos te accelereren.

Ook is het totaal ongebruikelijk voor de militairen van de V.S. om experimentele testen van nieuwe voertuigen uit te voeren boven bevolkte gebieden, waar de veiligheid zou worden gecompromitteerd en onschuldige burgers in een gevaarlijke situatie zouden worden geplaatst. Dat is compleet tegen het militaire D.N.A. in. BuitenAards bezoek is feitelijk gemakkelijker te geloven dan dat dat niveau van domheid wordt vertoond door de briljante mensen die nieuwe luchtvaartuigtechnologieën ontwikkelen voor het ministerie van defensie.

VRAAG: Weet je zeker dat er geen regeringsdoofpot is?

ANTWOORD: Het is onmogelijk om het te bewijzen, dus alles wat ik kan zeggen is, dat ik nooit enig bewijs zag van officiële interesse in U.F.O.’s. Ik zou graag willen geloven dat we ergens een neergestorte schotel hebben, maar ik heb nooit iets gezien, dat in de verste verte zulke ongelooflijke beweringen ondersteund. In mijn ervaring, in die zeldzame gevallen wanneer U.F.O.-incidenten plaatsvinden, waarbij de regering betrokken is, zijn ze zeer ongemakkelijk, lastig en beschamend voor de geteisterde regeringsambtenaren, die niets liever willen dan de kwestie zo snel mogelijk achter zich te laten! Het militaire apparaat lijkt in het algemeen onwillig om onderzoek te doen, zelfs wanneer U.F.O.-rapporten van onze eigen militaire piloten of ambtenaren in hoge functies komen, zoals Fife Symington, de voormalige goeverneur van Arizona.  Hoge ambtenaren zijn zo bang om geridiculiseerd te worden, dat zij elke indruk van interesse of nieuwsgierigheid verbergen.

VRAAG: Sommige ingewijden hebben naar voren gebracht dat geborgen hardware van een U.F.O. misschien bestaat binnen een privé-ruimtevaartbedrijf, dat onafhankelijk geworden is van het ministerie van defensie. Op die manier zou het uitgezonderd zijn van regeringstoezicht en slechts bekend bij enkele mensen. Denk je dat dit mogelijk is?

ANTWOORD: Ik vind het moeilijk voor te stellen, dat iets zo explosief als geborgen BuitenAardse technologie voor tientallen jaren verborgen kan blijven. Maar, hoewel ik geen reden heb om te geloven dat er enige geborgen BuitenAardse technologie is, wil ik dit zeggen: Als ik het was en ik probeerde het zo diep mogelijk te verstoppen, zou ik het totaal buiten het toezicht van de regering brengen en het als een nieuwe entiteit plaatsen in een compartiment binnen een bestaand defensiebedrijf en het behandelen als wat we een “IRAD” of “Independent Research and Development Activity” (Onafhankelijke Onderzoeks- en OntwikkelingsActiviteit) noemen.

VRAAG: Dus waar plaatst dit alles ons, en wat moet er gedaan worden?

ANTWOORD: In mijn ogen, is het oproepen tot de beëindiging van een vermeende U.F.O.-doofpot van de regering bijna zeker een doodlopende weg en helpt het niet om wie dan ook in de regering te inspireren om meer open te worden over het onderwerp. Het U.F.O.-mysterie is een wetenschappelijk probleem. Een echte wetenschapper zoekt en volgt de data, ongeacht hoe politiek incorrect de feiten mogen zijn. De grootste wetenschappelijke doorbraken vinden plaats wanneer we informatie verifiëren, die conventionele wijsheid uitdaagt. Dat is waarom ik lid van het bestuur van “UFODATA” ben geworden.

VRAAG: Ik ben erg blij, dat je dat deed. Wat voor nieuwe soorten gegevens hoop je, dat we gaan verzamelen?

ANTWOORD: Onze groep van wetenschappers en ingenieurs gaat een groot netwerk van geautomatiseerde bewakingsstations met geavanceerde sensoren ontwerpen en bouwen om een breed bereik van gegevens op te vangen. De stations zullen camera’s herbergen, die zowel beelden als spectra opnemen, een magnetometer, instrumentatie om straling te detecteren, een zwaartekrachtmeter en meer. Ze zullen mobiel zijn, zodat we ze gemakkelijk kunnen inzetten in gebieden, die hete plekken worden van U.F.O.-activiteit. We kunnen dan de gegevens beschikbaar maken voor de wetenschappelijke gemeenschap voor analyse.

U.F.O.-DOOFPOT

Beelden van een geautomatiseerd bewakingsstation voor U.F.O.-detectie van UFODATA

VRAAG: Denk je dat U.F.O.’s bezoekers van beschavingen van elders kunnen zijn?

ANTWOORD: Ik ben zeker geïntrigeerd door de mogelijkheid. Maar ik denk niet dat we het zullen uitvinden zonder een dieper wetenschappelijk onderzoek. Ik zou het publiek graag willen uitnodigen om deel te nemen en deze magere, maar potentieel baanbrekende, door vrijwilligers bemensde poging te steunen. De bevindingen van “UFODATA” kunnen ons op één of andere manier helpen dit eeuwigdurende mysterie op te lossen en ons misschien zelfs helpen om het universum en de plaats van de mens daarin beter te begrijpen.