TERUG NAAR ARTIKEL

EEN VRAAG TE VER

Paul Harmans

september 2006

In de afgelopen twee maanden heb ik met de bekende scepticus Wim Van Utrecht nog wat gediscussieerd en dat ging voornamelijk over de vraag waarom wij ‘believers’ worden genoemd vanwege het feit dat we overwegen of UFO’s van buitenaardse herkomst kunnen zijn, terwijl de sceptici 100% zeker weten dat dat niet zo is. Wie is er dan werkelijk een ‘believer’? (De mail ging ook naar andere sceptici en ufo-onderzoekers.)

Verzonden op woensdag 2 augustus 2006

Hallo Wim,

Graag zou ik je een vraag willen stellen waarop ik een eerlijk en objectief antwoord zou hebben en niet weer aannames die tot algehele verklaring worden verheven, het onterecht verdacht maken van getuigen en onderzoekers en het omschrijven van technieken waarbij je met wat plak en knipwerk elke foto van een UFO kunt namaken en dan beweren dat het zo dus is gedaan. Het heeft helaas een lange inleiding nodig (die in feite nog veel te kort is).

Laten we gewoon de feiten aanhouden, we zouden het constructief houden. Er bestaat een fenomeen in ons aardse luchtruim waarbij vreemde objecten worden waargenomen (dat is een feit) waarvoor we voor een groot aantal objecten achteraf wel een duidelijke en niet aan twijfel onderhevige verklaring kunnen vinden (ook een feit). Maar al sinds een dikke 50 jaar blijft van dat fenomeen in de lucht een 10 tot 30% van de objecten onverklaard (feit). Van de objecten die we niet kunnen verklaren hebben we duizenden (misschien wat meer of minder) foto's, een paar duizend video's en zelfs tussen de 200 en 300 radarbanden (feit). We beschikken alleen al in het Disclosure project over bijna 500 zeer geloofwaardige getuigen (laat Steven Greer svp buiten beschouwing, hij biedt de getuigen slechts een platform), waarvan een deel beweert dat zij in nauw contact hebben gestaan met zowel de brokstukken als de inzittenden van buitenaardse objecten, een ander deel deed dienst op zeer gevoelige militaire radarposten (o.a NORAD) en werd daar met objecten op de radar geconfronteerd die absoluut niet van aardse origine konden zijn, weer een deel was onderdeel van geheime beraadslagingen waarbij men over de buitenaardse aanwezigheid op onze wereld sprak, onder de getuigen bevinden zich ook piloten die o.a. met atoombommen vlogen en spreken over ontmoetingen met luchtvoertuigen die van een dergelijke afmetingen waren en manoeuvres uithaalden die bij geen enkele aardse vliegmachine pasten, een deel van de getuigen werkte met de Minuteman atoomraketten en getuigt van objecten die boven de silo's hingen en de raketten op non-actief stelden of dat er vreemde objecten met telescoopcamera's werden gefilmd die naast of om een afgeschoten raket bewogen, een deel van de getuigen was (is) wetenschapper en spreekt over terugontwikkelde technologie uit buitenaardse voertuigen die zowel neergestort als neergeschoten zijn. Alle getuigen willen onder ede hun verhaal nogmaals doen tijdens hoorzittingen van de regering en willen daarbij al hun documenten, videobanden, gespreksbanden en radarbanden overhandigen. Wellicht wil je dergelijke getuigen niet als feit zien, maar voor ons Westerse rechtssysteem zijn heel wat minder getuigen nodig om iemand voor lange tijd in het gevang te krijgen of zelfs tot de doodstraf te veroordelen en dat is wel een feit.

Waarom zouden we de getuigen in het Disclosure Project moeten negeren, als zij spreken over de achterliggende techniek, intelligentie en verklaring (volgens hen buitenaards) van een deel van de ongeïdentificeerde objecten die in ons luchtruim worden waargenomen? Omdat het teveel van ons verstand vergt om het als realiteit te zien? Omdat onze wetenschap denkt aan de top van al het wetenschappelijke te staan en vaak voorbijgaat aan het feit dat over duizend jaar onze techniek en wetenschap de hedendaagse verre zal overstijgen en voorbijgaat aan het feit dat een eventuele buitenaardse intelligentie (waarvan aan het bestaan daarvan bijna geen enkele wetenschapper meer twijfelt) een dergelijke techniek al heel wat langer in huis heeft en dus naar alle waarschijnlijkheid op reis is in het universum?

We hebben (hadden [een aantal is helaas overleden]) een behoorlijk aantal wetenschappers die in aanvang zeer sceptisch waren toen ze aan hun onderzoek naar het UFO-fenomeen en de aanverwante fenomenen begonnen, maar na hun onderzoek plotseling zeer positief tegenover het fenomeen staan (stonden) en zelfs overtuigd zijn (waren) van de buitenaardse hypothese (feit). In het bijzonder de wetenschappers van het NIDS hebben bijgedragen aan het onderzoek.

Er bestaan vele duizenden, voorheen geheime, regeringsdocumenten waaruit blijkt dat alle geheime diensten grote belangstelling voor dat onverklaarbare deel van de objecten hadden en hebben (feit).

Kort samengevat hebben we dus een fenomeen:

• waarbij vreemde objecten worden waargenomen, gefotografeerd en gefilmd,
• waarvan een deel niet te verklaren is, maar wel zo gedetailleerd dat het lijkt op techniek en intelligentie,
• we een groot aantal zeer hoogwaardige getuigen hebben die ons vertellen dat het van buitenaardse herkomst is,
• er zelfs wetenschappers zijn die onderzoek doen en in het buitenaardse karakter van het fenomeen geloven,
• en er een groot aantal documenten bestaat die aantonen dat de hoogste instanties er onderzoek naar deden en wellicht nog doen.

Waarom zou je niet kunnen overwegen (en dat is wat anders dan zeker weten!) dat het op basis van het bovenstaande mogelijk is dat buitenaardsen onze aarde bezoeken? Is voor een dergelijke overweging iets nodig dat de een wel heeft en de ander niet (en ik wil nu niemand beledigen, ik ben serieus).

• Moet je om dat te overwegen over een zekere mate van intelligentie beschikken? (Dat lijkt mij wel.)
• Moet je om dat te overwegen over een zekere mate van wijsheid beschikken? (Dat lijkt mij ook.)
• Of zou er een bepaald soort gen bestaan wat de een wel heeft en de ander niet, waardoor de een wel vatbaar is voor een dergelijke overweging en de ander niet? (Misschien vergezocht.)
• Wellicht een bepaalde mate van intuïtie, het aanvoelen dat het fenomeen niet alleen maar bestaat uit grappenmakers en leugenaars? (Niet zo vergezocht.)

Maar wat is er nodig om op basis van al de bovenstaande feiten (objecten, getuigen, wetenschappers en documenten) voor 100% te beweren (en dat is wél zeker weten!) dat het niet om buitenaardse voertuigen kan gaan, dat alles te verklaren is (ook de 10 tot 30% niet-verklaarbare objecten als aardse voertuigen, natuurverschijnselen, en geheime techniek), dat alle getuigen liegen en het doen om eens ‘in the picture' te staan, dat alle documenten zijn vervalst of verkeerd zijn geïnterpreteerd en dat de radarbanden een door weersinvloeden veroorzaakt beeld laten zien? Is dat een intelligente benadering? Getuigt dat van wijsheid? Geeft dat enige mate van intuïtie weer? Of hebben dergelijke mensen een gen (of ontbreekt die juist) die hen maar niet kan laten overwegen of er wellicht iets zeer vreemds aan de hand is? Ik beweer niet dat het de sceptici aan dergelijke gaven ontbreekt, ik vraag mij alleen af waar we de oorzaak van de grote tegenstellingen moeten zoeken.

Om je de waarheid te zeggen Wim, van alle journalisten die bij mij met brede grijns over de drempel binnen stapten (drie weken geleden nog een) is er niet een weggaan die niet overtuigd was geraakt van mijn redenatie en dat het eigenlijk helemaal niet zo gek klinkt, eerder wel logisch.

Zou jij mij nu eens kunnen vertellen, op basis van de bovenstaande feiten en veronderstellingen, waarom de sceptici zo zeker zijn van hun gelijk en waarom wij zo goedgelovig zijn in hun ogen?

Niets van het bovenstaande is cynisch of beledigend bedoeld, maar ik weet zeker dat jij dat zal begrijpen. Mijn eigen artikelen op ufowijzer vertonen dat cynische vaak wel en als je de artikelen van Marcel Hulspas en Rob Nanninga en vele andere sceptici hebt gelezen (en dat heb je), dan zal je begrijpen waar ik een dergelijke inspiratie min of meer vandaan heb.

Neem de tijd voor een eventueel antwoord, ik weet wat het is om je tijd te verdelen over alle zaken die aan bod komen als je je verdiept in dit enigmatische fenomeen.

Vriendelijke groeten,

Paul


Antwoord binnen een half uur van de gedreven scepticus Johan Torfs en hij heeft dus ‘gedegen’ nagedacht over een dergelijke gecompliceerde vraag.

Paul,

Ik heb al eerder gewezen op de massale contradicties in de opvattingen van de ufologen. Dat bewijst zonder meer dat er enorme onwaarheden moeten inzitten. Zoveel dat je met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunt stellen dat er geen bal van klopt. Dat probleem los je niet op met duizenden inconsistente getuigen. Integendeel, die maken het probleem alleen maar ernstiger.

De oplossing is simpel: zélf ziften, die kafzak! Ofwel blijft er nadien niets over, en kunnen jullie iets nuttigs gaan doen, ofwel hebben jullie iets, en dan zal dat wel onderzocht worden. Ik gok op het eerste!

Groetjes,

Johan


 

Van de Belgische UFO-onderzoeker André Skondras kreeg ik op 3 augustus deze opmerking:

Beste Paul,

Een uitstekend onderbouwde en gebalanceerde schets van het UFO-fenomeen. Dit meen ik ten zeerste!!!

Met vriendelijke groeten

André Skondras


Antwoord van Marc Broux op 5 augustus 2006:

Hoi Paul,

Hartelijk dank voor de mail. Ik moet zeggen dat uw vraag zeer interessant is (en ik meen het echt). Zelfs zo interessant dat ik hem zou willen gebruiken voor een van mijn volgende boeken (namelijk deze: Waarom Ufo's en Aliens niet bestaan) dat ooit eens geschreven zal worden ;) Het zou kunnen dienen als inleiding, want nogmaals het is een lange interessante vraag.

Of ik er zo dadelijk een antwoord op kan formuleren weet ik niet. Daar is tijd voor nodig, maar ik ga mijn best doen.

Vriendelijke groeten,

Marc Broux


 

Pieter Hendrickx, de voorzitter van BUFON reageerde op 6 augustus zo:

Hello collega's,

Ik vond de wederzijdse discussie tussen Wim en Paul van een intellectueel niveau en interessant om te volgen. Het was voor mij persoonlijk een mooie lectuur om de droevige gebeurtenissen van de laatste dagen even van mij af te zetten.

Pieter


Wim Van Utrecht stuurde mij op 6 augustus onderstaand berichtje:

Paul,

Je mail van 2 augustus gelezen maar momenteel geen tijd om daar uitvoerig op te reageren. Graag dus enkele dagen time out. Ik heb de mail uitgeprint en hij blijft binnen handbereik totdat hij beantwoord is.

Groeten,

Wim.


Op 29 augustus stuurde Johan Torfs, na ongeveer een maand nagedacht te hebben, het onderstaande:

Hier zijn je antwoorden:

• Moet je om dat te overwegen over een zekere mate van intelligentie beschikken? (Dat lijkt mij wel.)
• Voor elke overweging is inderdaad een mate van intelligentie nodig. Evenals voor het verwerpen van onzin.
• Moet je om dat te overwegen over een zekere mate van wijsheid beschikken? (Dat lijkt mij ook.)
• Voor elke overweging is inderdaad een mate van wijsheid nodig. Evenals voor het verwerpen van onzin.
• Of zou er een bepaald soort gen bestaan wat de een wel heeft en de ander niet, waardoor de een wel vatbaar is voor een dergelijke overweging en de ander niet? (Misschien vergezocht.)
• Wijsheid en intelligentie zijn inderdaad deels door erfelijkheid bepaald.
• Wellicht een bepaalde mate van intuïtie, het aanvoelen dat het fenomeen niet alleen maar bestaat uit grappenmakers en leugenaars? (Niet zo vergezocht.)
• Vast en zeker ! Dat soort intuïtie heet “lichtgelovigheid”!

Op 5 september krijg ik eindelijk antwoord van Wim Van Utrecht:

Paul,

Ik merk uit de berichten die je onlangs naar Johan stuurde dat er weer storm dreigt als ik niet snel antwoord op de vragen gesteld in je mail van 2 augustus. Hieronder dus, tussen de soep en de patatten, zoals dat in België dan heet, mijn antwoord.

Eerst de vier vraagjes waarop Johan via zijn mail van 29 augustus al reageerde. Ik ben het voor 100% met hem eens. Alleen zou ik aan het laatste punt nog toevoegen dat het gros van de wetenschappers (doorgaans toch verstandige mensen die zich precies tot doel hebben gesteld de mysteries van het leven en het universum beter te begrijpen) vermoedt dat het UFO-dossier weinig om het lijf heeft. Het is dus hun intuïtie tegen jouw intuïtie. Anders gezegd, je argument is er in wezen geen.

Oké, er zijn een heleboel waarnemingen die nooit afdoende verklaard werden, maar moeten we de oplossing daarom in het boven- of buitenaardse gaan zoeken? Sinds mensenheugenis heeft die aanpak nooit veel opgeleverd. Het heeft de verruiming van onze kennis alleen maar vertraagd. Jacques SCORNAUX, een Belgische onderzoeker die al geruime tijd in Parijs woont, noemt de buitenaardse hypothese “weinig economisch”, gewoon omdat ze geen aarde aan de dijk brengt. Stel nu dat er subiet een schilderij in de kamer hiernaast van de muur dondert. Dat kan dan te maken hebben met slecht bezetsel, een niet diep genoeg geklopte kram, de vezels in het touwtje die het begeven hebben, een trilling door een voorbijrijdende vrachtwagen, werkzaamheden in het gebouw ernaast, metaalmoeheid, een combinatie van factoren of nog wat anders. Wie zich daartoe geroepen voelt, zal het niet gemakkelijk hebben om de juiste toedracht te achterhalen. Een enkeling zal beweren dat een klopgeest het ding tegen de grond heeft gekwakt. Iemand die daarin wil geloven, die mag dat van mijn part, maar hij of zij kan niet verwachten dat de rest van de wereld dat zo maar accepteert. Een redelijk denkend mens, die het idee van een klopgeest nogal vergezocht vindt, zal veel tijd en moeite moeten investeren om aan te tonen dat de feiten evengoed een normale oorzaak kunnen hebben. Maar gelukkig, en we hebben het al vaak herhaald, ligt de bewijslast bij diegene die beweert dat er iets abnormaals aan de hand is. Ik geef dit voorbeeld maar in de hoop dat je beseft dat we de buitenaardse hypothese, zoals de zaken er nu voor staan, nergens voor nodig hebben. Zelfs als werkhypothese kan je er niks mee aanvangen, simpelweg omdat niemand weet hoe een buitenaards ruimtetuig er uitziet en hoe het zich gedraagt. Je kan bijgevolg de beschrijvingen die getuigen geven nergens aan toetsen, tenzij je voor jezelf, voortbordurend op datgene wat in oude sf-verhalen werd voorgekauwd, al uitgemaakt hebt hoe zo’n ruimtetuig en hun inzittenden er uit moeten zien.

Heb je overigens al gemerkt dat “getuigen” van nabije ontmoetingen details beschrijven die lang voordien al door science-fiction auteurs waren verzonnen? Is het niet merkwaardig dat de ufonauten uit de beginjaren van de UFO-rage vaak een ruimtepak met helm droegen en dat ze via een trapje uit hun vliegende schotels klauterden, terwijl ze nu, in deze modernere tijden, in hun blootje via een lichtzuil hun schip verlaten. Die ruimteschepen zelf zien er sinds de jaren ’80 trouwens ook een pak moderner uit en ze zijn blijkbaar ook wat steviger gebouwd. Dat was nodig want van die oude modellen zijn er een hele hoop neergestort. Samengevat, de sensationeelste UFO-verhalen passen zich wonderwel aan aan de trends van deze tijd en dat is behoorlijk verdacht.

Dat “er zelfs wetenschappers zijn die onderzoek doen en in het buitenaards karakter van het fenomeen geloven” laat ik voor hun rekening. Wat ik wel weet is dat een heleboel van die wetenschappers hun “bevindingen” baseren op meldingen die intussen verklaard zijn. De lichtverschijnselen die in het Argentijnse Trancas werden gezien zijn daar een goed voorbeeld van (zie o.a. Ufonauten in opmars, p. 76 e.v.). In die waarneming zagen verschillende ufologen/fysici een bewijs dat de buitenaardsen zoiets als “compact licht” (solid light) gebruiken. Jaren later bleek echter dat deze spectaculaire “close encounter” een militaire oefening was geweest. En de heren ufologen doen alsof hun neus bloedt. Totaal verwerpelijk vind ik dat. Geen wonder dat er geen vooruitgang wordt geboekt.

Wetenschappers, en zeer zeker fysici, hebben de gewoonte om te werken met gegevens die voortspruiten uit nauwkeurig gecontroleerd, experimenteel onderzoek. Zij stellen zich geen vragen bij de betrouwbaarheid van die gegevens, en meestal is daar ook geen reden toe. Maar dat comfort hebben ze niet langer wanneer ze hun talent op UFO-meldingen botvieren. Hier gaat het namelijk veelal om anekdotisch materiaal afkomstig van toevallige ooggetuigen die een kortstondig fenomeen beschrijven. Die beschrijvingen worden dan door ufologen op eigengereide wijze geïnterpreteerd en in een UFO-periodiek gepubliceerd. Met zo’n gegevens kun je weinig aanvangen als je niet eerst zeer streng selecteert.

De beste weg om zich een serieuze mening te vormen over UFO-meldingen is dus ze zelf te onderzoeken, in tweede instantie zich te verlaten op de onderzoekingen van binnen- en buitenlandse correspondenten waar je zeker van bent dat ze geen enkele andere bedoeling hebben dan zo gedetailleerd mogelijk te rapporteren. In je mail van 29 augustus aan Johan schrijf je “alleen Wim en de andere lokale onderzoekertjes, die (…) onderzoek doen naar vage lichtjes in Belgische gehuchtjes, die geloof jij op hun woord”. Waar was dat nu weer voor nodig Paul? Ik dacht dat ik je in een vorige mail al uitvoerig had toegelicht dat door CAELESTIA, voordien de Studiegroep voor Vreemde Luchtverschijnselen, tientallen foto’s en video’s werden geanalyseerd en minstens even zoveel spoorgevallen, “landingen” en ufonautmeldingen ter plaatse werden onderzocht, ook buiten België. Vijf jaar hebben we besteed aan het onderzoek van de “Saas-Fee” dia, een opname die HYNEK tot de beste UFO-foto’s ooit rekende. Vijftien jaar zijn we zoet geweest met het uitpluizen van de markantste gebeurtenissen uit de Belgische UFO-golf, een golf waarover nog dagelijks veel te doen is op verschillende webforums. Als je dan van iemand, waarvan je vermoedt dat die nooit zelf een poot heeft uitgestoken, de opmerking krijgt dat je alleen maar af en toe wat “vage lichtjes in je achtertuin” onderzoekt en dus eigelijk niets in de pap te brokken hebt, dan wordt het moeilijk om beleefd te blijven.

Je blijft verder uitpakken met dat fameuze “Disclosure Project”. Ik had het hier al over onder punten 2 en 11 van mijn tekst “De weerlegger weerlegd”, gepost op 22 mei van dit jaar. Je vraagt me om GREER buiten beeld te laten, maar dat kan natuurlijk niet want het is GREER die dit project gemaakt heeft tot het waanzinnig gewrocht dat het intussen geworden is. Zo heeft GREER het nu steeds vaker over een geheimzinnige machine van een anonieme uitvinder die “vacuum energy” (lees “niets”) kan omzetten in elektriciteit en daarmee al onze milieuproblemen gaat oplossen! Ook 9/11 en Bin Laden worden er bij gesleurd. Die hele cocktail begint verdacht veel op klassieke complotangst en politiek getinte paranoia te gelijken. Vaak gaat dat hand in hand met grootheidswaanzin en een tikkeltje zelfverrijking (want het doel heiligt de middelen). Kijk wat dat betreft maar eens op http://www.disclosureproject.com/shop.htm, waar in naam van het project allerhande boekjes en zelfs een meditatie-CD worden verkocht. Het doet allemaal terugdenken aan de contactees uit de jaren vijftig, ook zij zouden ons “free energy” en spirituele verrijking bezorgen. In die tijd waren het bewoners van Mars, Venus, Jupiter en Saturnus die ons redding zouden brengen. Als jullie toen al die onzin gelezen hadden, zouden jullie daar dan ook ingetuind zijn vraag ik me weleens af… Een goede raad Paul: handen af van alles wat met GREER (of MAUSSAN) te maken heeft. Ik sleur er MAUSSAN nog even bij omdat ik zopas over de man volgend stukje las:
http://www.google.be/search?q=maussan+yard&hl=nl&lr=&start=40&sa=N
Ontluisterend niet?

Spijtig inderdaad voor de oprechte getuigen die beide heren opvoeren en misbruiken, maar die hadden hun ervaringen natuurlijk ook aan een respectabel onderzoeker kunnen vertellen (iemand als Barry GREENWOOD of David CLARKE bv.). Maar misschien wordt dat verklaard doordat ook de getuigen zelf blijken niet helemaal onbesproken zijn. Zie wat dat betreft:
http://www.findarticles.com/p/articles/mi_m2843/is_2_26/ai_83585956

Je zult opmerken dat ik blijf volharden in de boosheid en gemakshalve weer de getuigen onderuit probeer te halen. Die opmerking zou deels terecht zijn, maar geef me dan één rapport waarin ik precieze details kan terugvinden over een waarneming die in het Disclosure Project aan bod komt! We gaan toch niet zomaar al onze verworven kennis in vraag stellen omdat iemand een verhaal voor de camera vertelt over iets dat jaren geleden zou zijn gebeurd?

Over het NIDS ben ik al evenmin enthousiast. Als je ziet welke artikelen ze verspreiden over de Belgische UFO-golf dan weet je het wel. Vooral het vertrouwen dat ze stellen in de Amerikaanse documentaires die daarover zijn gemaakt is verbijsterend. Er is ook elders geen spoor van kritisch denkvermogen te vinden op hun website.

De oorzaak van onze tegenstellingen zou ik niet louter genetisch noemen. Zelf heb ik jarenlang in het andere kamp zitten zweven, om dan geleidelijk aan de oogkleppen af te leggen en te ontwaken. Marc en ik zijn niet de enigen die uit dromenland zijn ontsnapt en weer met beide voeten op de grond staan. Er zijn er nog duizenden die hetzelfde hebben meegemaakt, maar die om uiteenlopende redenen (ontgoocheld, getrouwd, andere prioriteiten,…) een punt hebben gezet achter hun UFO-activiteiten. Zelf vind ik het nog altijd een passionele bezigheid en blijf ik ook uiterst nieuwsgierig naar de fenomenen die schuilgaan achter dat restant van onverklaarde meldingen. Maar ik ga daar vooralsnog geen “buitenaards” etiket opplakken, ook al ben ik het ermee eens dat je niets a priori moet uitsluiten. Die onverklaarde meldingen behelzen echter zo’n uiteenlopende verschijnselen dat er ook voor die groep tal van afzonderlijke aardse verklaringen te bedenken zijn. Ook vermoed ik dat sommige gevallen nooit opgehelderd raakten omdat er fouten in de ooggetuigenverklaringen zijn geslopen (verkeerde datum, verkeerd traject…), of omdat er toevalligheden in het spel kunnen zijn of zaken waar je niet zo meteen aan denkt (ik herinner me een geval van een weggewaaide vijverbak die voor een UFO-melding zorgde). Tussen haakjes, wanneer laat je me nu eindelijk eens weten waar je dat verhaal van die brandende papiertjes vandaan hebt waarmee ik "denk het wereldwijde fenomeen te hebben verklaard"?! Je hebt me daar al enkele keren mee rond de oren geslagen en ik zou bij God niet weten waarover je het hebt.

Tot zover. Ik heb er geen bezwaar tegen dat dit antwoord op jouw website verschijnt. Vraag is maar of deze mail zich daar wel toe leent. Er zitten nogal wat verwijzingen in naar andere mails en in het bijzonder dan naar die ene lange tekst van me die ik eigenlijk veel liever op ufowijzer had zien verschijnen, maar die om nog onduidelijke redenen te licht werd bevonden.


Wim.

TERUG NAAR ARTIKEL